TRAIN JE BREIN

Neurofeedback, als leertherapie

Als professional in de geestelijke gezondheidszorg, ongeacht welke discipline, streef je een gezamenlijk doel na; het verminderen van klachten bij betrokken patiënten/cliënten. Vaak wordt er alleen op klacht- of gedragsniveau gekeken en behandeld (zie onderstaand schema). Het brein speelt echter ook een grote rol bij vele klachten. Deze relatie uit zich in een samenhang tussen klachten en patronen van afwijkende hersenactiviteit.

De rol van de hersenen kan meegenomen worden in de behandeling. Hersenen hebben immers de vaardigheid om te veranderen en zich aan te passen aan de omgeving (neuronale plasticiteit). Dit zorgt ervoor dat leerprocessen plaats kunnen vinden waardoor nieuwe verbindingen in de hersenen gevormd worden en bestaande verbindingen worden versterkt.

De hersenen van de mens zijn opgebouwd uit ongeveer 100 miljard neuronen (zenuwcellen). Deze zijn allemaal al bij de geboorte aanwezig. Al aanwezig? Ja, bovendien wordt tijdens de zwangerschap al een begin gemaakt met het vormen van verbindingen tussen de neuronen onderling. Dit proces is noodzakelijk om direct na de geboorte de eerste basisfuncties, bijvoorbeeld ademhaling, te kunnen uitvoeren. Na de geboorte gaat dit geleidelijk verder en wordt het netwerk van verbindingen steeds complexer. We blijven in staat nieuwe dingen te leren en naarmate we ons ontwikkelen worden er steeds meer nieuwe verbindingen aangelegd. Tijdens dit continue proces vindt ook een verlies van verbindingen tussen neuronen plaats; hier geldt: “if you don’t use it, you lose it”.

Kunnen we dit proces beïnvloeden? Ja, dit kan! Elke vorm van leren van nieuwe vaardigheden zorgt voor het ontstaan van nieuwe verbindingen tussen neuronen. Als we een stapje verder gaan kunnen we zelfs leren om de activiteit van onze hersenen te beïnvloeden. Dat doen we met neurofeedbacktherapie. Schematisch ziet het als volgt uit:

In 2014 kwam ik als orthopedagoog voor het eerst in aanraking met neurofeedback. Sceptisch, maar na veel gerelateerde onderzoeken gelezen te hebben en de minor “Brain Therapy” aan Zuyd Hogeschool gevolgd te hebben, was ik overtuigd dat deze methode een sterke theoretische onderbouwing heeft.

Er was toen al bewijs dat neurofeedback de klachten bij kinderen met ADHD kan verminderen. Inmiddels tonen steeds meer wetenschappelijke studies aan dat patiënten met diverse andere klachten (hyperactiviteit, concentratiestoornissen, slaapstoornissen, vermoeidheid en stress) gebaat kunnen zijn bij neurofeedbacktherapie. Als neurofeedbacktherapeut ervaar ik zelf steeds meer dat de methode in de praktijk werkt.

Historie

Eind jaren zestig van de vorige eeuw onderzocht een Amerikaanse onderzoeker, Dr. Sherman, de mogelijkheid om katten te leren hun eigen hersenactiviteit te beïnvloeden door middel van beloning (operante conditionering). Dr. Sherman was ook betrokken bij een onderzoek, in opdracht van NASA, naar het optreden van epileptische aanvallen bij astronauten als gevolg van lekkende raketvloeistof. Tijdens dit onderzoek werden katten blootgesteld aan de betreffende vloeistof. Hierbij bleek dat 80% van de katten een insult kreeg, maar 20% niet. Toen bekeken werd of er een verschil was tussen de twee groepen katten, bleek dat de katten die geen insult kregen ook meegedaan hadden aan het hersentrainingsonderzoek. Hierdoor waren zij beter bestand tegen de effecten van de raketvloeistof. Deze bevinding werd vervolgens bij mensen met epilepsie getest. Hersenactiviteit werd getraind met als doel om epileptische aanvallen te verminderen met uiteindelijk een positief, blijvend resultaat. De techniek is daarna verder onderzocht en de toepassing is uitgebreid om ook andere klachten dan epilepsie te behandelen. Maar wat train je nu precies en hoe werkt dat?

EEG

Voorbeeld van een EEG signaal van een locatie mbv een elektrode. In dit signaal is zichtbaar dat er verschillende golven aanwezig zijn variërend van langzaam tot snel.

De hersenen bestaan uit miljarden neuronen die met elkaar communiceren via stroompjes. Al deze stroompjes vormen samen elektrische signalen die we aan de buitenkant van het hoofd kunnen meten door middel van elektrodes. Die signalen worden gemeten met EEG- (Elektro-Encefalogram) apparatuur en zichtbaar gemaakt op een computerscherm. Het geeft globale informatie over de toestand van de hersenen en wordt gebruikt om afwijkingen in het EEG te zien. Binnen het EEG zijn verschillende soorten golven zichtbaar, variërend van langzaam tot snel.

QEEG
Het is mogelijk om voor de verschillende golven de frequentie per seconde te berekenen en uit te drukken in Hertz. Langzame golven komen bijvoorbeeld 1 tot 4 keer per seconde voor en worden delta-golven genoemd. Tijdens de diepe slaapfases zijn deze golven duidelijk aanwezig. Andere langzame golven zijn thèta- (4 tot 8 keer per seconde) en alfa-golven (8 tot 12 keer per seconde). De alfa-golven zijn ook de meest bekende golven en zijn goed zichtbaar boven de visuele hersengebieden aan de achterzijde van het hoofd, als de ogen gesloten zijn. Deze golven vormen ook de scheiding tussen langzame en snelle golven. Snelle golven worden bèta-golven genoemd en komen 12 tot 32 keer per seconde voor. Als hersengebieden erg actief zijn en veel informatie moeten verwerken zijn deze golven het meest zichtbaar in het EEG. Alle golven zijn continu in meer of mindere mate aanwezig; aangezien je brein altijd actief is, ook in rust. Deze rustactiviteit is belangrijk om de gezondheidstoestand van de hersenen te bepalen.

Het berekenen van de mate van aanwezigheid van elke golf in het EEG-signaal wordt ook het kwantificeren van deze informatie genoemd. Het gekwantificeerde EEG (QEEG, voor het Engelse quantified) is in vergelijking met het EEG nauwkeuriger in het detecteren van afwijkingen in de hersenactiviteit die samenhangen met klachten of ziektebeelden. Als uit de hersenmeting blijkt dat patronen van hersenactiviteit afwijkend zijn bij een cliënt is dit het aanknopingspunt voor de behandeling.

 QEEG: de basis voor neurofeedback

Parameters uit het QEEG worden gebruikt bij de neurofeedbacktraining. Hierbij wordt de cliënt opnieuw aangesloten op de EEG-apparatuur en wordt getoond hoe specifieke hersengolven telkens veranderen. Vervolgens worden deze hersengolven getraind door middel van het geven van feedback via een animatie of film. De patiënt krijgt positieve feedback op momenten dat de hersenen een gewenste toestand laten zien en negatieve feedback als dit niet zo is. Een vorm van operant conditioneren.

De verhouding tussen de verschillende golven bepaalt hoe goed het brein in staat is om informatie te verwerken. Een gezond functionerend brein is hierbij heel adaptief: in rust ontspant het en is er ruimte voor minder informatieverwerking. Tijdens het uitvoeren van taken is het juist alert en gaat de informatieverwerking sneller. Op het moment dat deze adaptiviteit afneemt zien we dat er klachten ontstaan. Het is namelijk erg lastig om een taak goed uit te voeren als je brein niet uit de stand-by toestand komt. Net zo lastig is het om in slaap te vallen als je brein op volle toeren informatie blijft verwerken. Door middel van neurofeedback train je deze adaptiviteit zodat de verhouding tussen de aanwezige golven weer beter past bij de verwachting.

 

Neurofeedback en de werkelijkheid

Neurofeedback is een leerproces en heeft dan ook tijd nodig om te beklijven. Cliënten leren met behulp van hun therapeut, de meting en de directe terugkoppeling hiervan, de activiteit van hun hersenen zo te beïnvloeden dat er een verandering plaatsvindt in de adaptiviteit van de informatieverwerking. Het geeft inzicht aan een cliënt waarom klachten optreden en het geeft hen de mogelijkheid om dit direct op hersenniveau aan te pakken. Door het leervermogen van het brein blijven resultaten lange tijd behouden. Ondanks de groeiende onderbouwing voor de effectiviteit is neurofeedback voor veel mensen toch nog steeds een onbekende behandeling. Middels dit artikel hoop ik de lezer een eerste introductie te geven en ieders brein te prikkelen om nieuwe verbindingen te leggen.