true false

1. Bij neurofeedback geldt: meten is weten.

waar WAAR

Tijdens de neurofeedbackoefeningen wordt de hersenactiviteit voortdurend gemeten. De gegevens daarvan, in combinatie met tussentijdse uitgebreide hersenmetingen ((Q)EEG-metingen) zijn voor de therapeut dus een belangrijke informatiebron om het behandelverloop te kunnen volgen. BMC vindt het ook belangrijk dat de ervaren klachten gemeten worden. Daarom worden aan het begin van een behandeltraject vragenlijsten en korte testen afgenomen. Dezelfde vragenlijsten en testen worden aan het einde van het behandeltraject nog een keer afgenomen. Door de resultaten voor en na het behandeltraject te vergelijken, kunnen we ook ‘meten’ wat er in de ervaren klachten is veranderd.

2. Je kunt van angsten en fobieën afkomen met neurofeedback.

waarnietwaarDEELS WAAR
Neurofeedbacktherapie bij angsten en fobieën is voorwaardenscheppend. Dat betekent dat een verbeterde hersenactiviteit er voor zorgt dat andere, aanvullende, behandelingen of therapieën een grotere kans van slagen hebben. Het effect van neurofeedback bij angsten en fobieën is dus het grootst als het samengaat met ander vormen van therapie waarbij men leert om anders om te gaan met angst.

3. Op sommige mensen heeft neurofeedback geen enkel effect, hoe vaak ze ook oefenen.

waarWAAR
Het blijkt dat neurofeedback bij ruim 80% van de mensen ‘werkt’, in die zin dat de hersenen reageren op de feedback, en dat mensen een vermindering van klachten ervaren. Bij de resterende groep heeft neurofeedback weinig tot geen enkel effect: de hersenen gebruiken de feedback niet om de eigen activiteit daarop aan te passen. Waarom er een kleine groep mensen is waar neurofeedback geen effect op heeft, is nog niet bekend. Wel is het bekend dat bij alle therapieën en medicamenteuze interventies er een groep mensen is die niet of nauwelijks reageert, de zogenaamde non-responders. Het is in ieder geval niet afhankelijk van intelligentie, van de problematiek, of de leeftijd. Overigens gebruikt de therapeut de eerste behandelingen daarom altijd om na te gaan of er sprake is van een respons. Blijft die, na herhaaldelijke pogingen, uit, dan heeft neurofeedback geen zin en stopt de behandeling.

4. Neurofeedback is net zoiets als NLP (neuro-linguïstisch programmeren).

nietwaarNIET WAAR
NLP en neurofeedback hebben het woord ‘neuro’ gemeenschappelijk, maar verder hebben ze geen overeenkomsten.

5. Met neurofeedback kun je de ziekte van Alzheimer genezen.

nietwaarNIET WAAR
De ziekte van Alzheimer is helaas nog niet te genezen, ook niet met neurofeedback. Neurofeedback kan, met name in het beginstadium, wel de concentratie en het geheugen verbeteren en daarmee de achteruitgang van de cognitieve functies vertragen.

6. Als je thuis computerspelletjes speelt, train je je hersenen op dezelfde manier als bij neurofeedback.

nietwaarNIET WAAR
Er zijn diverse computerspelletjes die je thuis kunt spelen waarbij je bepaalde vaardigheden of vermogens kunt verbeteren zoals oog-hand-coördinatie, concentratievermogen, geheugen of rekenvaardigheden. Bij het spelen van deze spellen krijg je echter niet direct feedback van wat er in de hersenen gebeurt. Dit is het grote verschil met neurofeedback. Bij neurofeedback reageren de spellen direct op veranderingen in hersenactiviteit. Om verbetering aan te brengen in het patroon van je hersenactiviteit heb je dus neurofeedbackapparatuur nodig. Overigens bestaat die mogelijkheid wel: in sommige situaties is het mogelijk om thuisapparatuur in het behandeltraject in te zetten. Uw neurofeedbacktherapeut kan hierover advies geven.

7. Een uitgebreide hersenmeting (QEEG) vooraf is overbodig.

nietwaarNIET WAAR
Neurofeedbacktrainingen uitvoeren zonder vooraf een (Q)EEG te maken, is alsof een sportschool je een bepaald trainingsprogramma aanbiedt zonder na te gaan hoe het met je conditie en spierkracht is gesteld. Een deskundig neurofeedbacktherapeut zal de behandeling daarom altijd baseren op de bevindingen van een hersenmeting ((Q)EEG). Bij BMC wordt standaard in de intake een (Q)EEG afgenomen.

8. Het is nog nooit bewezen dat neurofeedback écht werkt.

nietwaarNIET WAAR
Er zijn inmiddels heel veel onderzoeken uitgevoerd naar het effect van neurofeedback. Veel studie is gedaan naar de kenmerken in het (Q)EEG die samenhangen met bepaalde psychische, lichamelijke of neurologische klachten. Ook is onderzocht of er misschien sprake is van alleen maar een placebo-effect. (Dat betekent dat de verbetering die iemand ervaart, vooral toe te schrijven is aan de positieve verwachting die men er van heeft). De onderzoeksresultaten zijn heel duidelijk: neurofeedback werkt écht: je kunt jezelf trainen om de hersenactiviteit te veranderen en het effect daarvan blijft, na voldoende training, behouden.

9. Bij neurofeedback geldt: Baat het niet, dan schaadt het niet.

nietwaarNIET WAAR
Als neurofeedback niet gebaseerd wordt op een vooraf gemaakt (Q)EEG, of als er geen deskundige analyse van het (Q)EEG is gemaakt, dan is het mogelijk dat er verkeerd wordt getraind wat kan leiden tot een toename van de klachten. Neurofeedbacktherapeuten van BMC baseren de behandelingen altijd op een (Q)EEG en analyseren de gegevens daarvan zorgvuldig alvorens ze tot een behandelplan overgaan.

10. Als je gezond bent, dan heb je niks aan neurofeedback.

nietwaarNIET WAAR
Als je gezond bent, kun je neurofeedback inzetten om de hersenactiviteit te optimaliseren: dat wat al goed is, functioneert door neurofeedback nóg beter. Peak performance training wordt dit genoemd, sommige sporters maken er gebruik van of topmanagers die optimaal willen presteren. In dat geval is dus geen sprake van het corrigeren van een afwijking, maar van het verbeteren van prestaties.